Bevoegdheidsgebieden in Weser-Ems

Actiegebied 5: Management en kwaliteitsverzekering van de stalmest

Een ander zwaartepunt is de kwestie van “nutriënten”. De berichten over voedingswaren van de Kamer van Landbouw van Nedersaksen en de fundamentele controle van het Staatsbureau voor Mijnbouw, Energie en Geologie (LBEG) komen, ondanks een verschillende methodologie, tot vergelijkbare conclusies. Volgens deze rapporten zijn de nutriëntenoverschotten (mest, digestaat etc.) in Weser-Ems ruimtelijk op verschillende wijze afgetekend, maar in het geheel van de regio zijn ze te hoog. Het gaat hier niet alleen om een distributieprobleem, maar ook om een hoeveelheidsprobleem.

Naast het probleem van de regionaal verhoogde nitraatgehaltes in het grondwater zijn er ook verdere aanscherpingen in het gebruik van fosfor te verwachten. Op heden is fosfor de eerste beperkende factor in veel varkensproducerende fabrieken.

De verontreiniging van het grondwater is in een groot deel van Nedersaksen van cruciaal belang. De watervoorzieningsmaatschappijen wijzen op de noodzaak om de kwaliteit van het water in de zin van de Europese Kaderrichtlijn voor Water (EU-KRW) te verbeteren. Een centrale uitdaging voor de acceptatie en efficiëntie van de bio-economie in Weser-Ems is dus de optimalisering van de voedingsindustrie.

De landbouwkundige kennis en de technische middelen staan ter beschikking om de verontreiniging van het grondwater door voedingsstoffen te voorkomen. Er blijft nog het probleem van de veehouderijbedrijven, die moeten afzien van de voedingsstoffen die ze niet zelf benutten (nutriëntenoverschotten). Momenteel is er nog te weinig transparantie en structuur in dit onderwerp. Gebrek aan informatie over de inhoud en de voedingswaarde van mest, het gebrek aan opslagfaciliteiten en acceptatieproblemen in de ontvangende agrarische gebieden bemoeilijken hun handelbaarheid. De kosten in verband met de mestontlading en/of -behandeling creëren verdere beperkingen voor de veehouderijbedrijven.